donderdag 5 november 2009

Vervolg EA-Symposium van 4 september 2009


Gisteren hebben we het EA-Symposium 'Als het spannend wordt..' met het organisatieteam geëvalueerd. De deelnemers hebben het geheel heel positief gewaardeerd. Heel duidelijk sprong daaruit de bijdrage van ds. Jan van Langevelde, christelijk gereformeerd predikant in Zwolle. Zijn openheid over de worstelingen die je hebt als predikant in conflictueuze situaties heeft menigeen geraakt. Hij gaf een kijkje in de keuken en liet daarmee zien dat het heel makkelijk is om in een van twee uitersten te vervallen: een burn-out door een te grote mate van betrokkenheid, of een gepantserde huid, waarmee kritiek geen kans meer krijgt. Het eerste maakt het lastig om te blijven functioneren, maar het tweede ook, want door die dikke huid is er niet meer de gelegenheid om gecorrigeerd te worden en raak je de betrokkenheid bij mensen kwijt. Ook gaf hij aan, dat je geloof door allerlei spanningen in de gemeente behoorlijk op de proef wordt gesteld. Kun je die openheid voor de heilige Geest blijven bewaken, of raak je afgesloten door cynisme? Een bewogen en open verhaal.

Hoe verder was daarna de vraag. Kunnen we hier een vervolg aan geven? Een van de gedachten was of we misschien meer moesten specificeren, of naar doelgroep (predikanten, oudsten, taakgroepleiders, gemeenteleden), maar misschien ook naar thema (spanning oud/nieuw, financiële perikelen). We kwamen er niet helemaal uit, maar blijven wel doorzoeken. Als U suggesties hebt, mailtjes zijn welkom.

maandag 12 oktober 2009

Adieu!


Elsemarieke Kuiper heeft een prachtig boek geschreven voor mensen die hun kerk of gemeente verlaten hebben vanwege controle en manipulatie. Prachtig is misschien niet het goede woord, omdat het over een heel verdrietig onderwerp gaat. Als de kerk, die een veilige plek hoort te zijn, onveilig wordt door agressief, kritisch en negatief gedrag van de leiding, dan word je behoorlijk door elkaar geschud. Het oorspronkelijke enthousiasme voor de prediking en de ervaring dat je groeit in geloof slaan om in angst en vertwijfeling. Echter, als er eenmaal een barst is gekomen in het vertrouwen dat dit de volmaakte gemeente is, dan komen de vragen. Wat moet ik nog geloven? Wie kan ik nog vertrouwen? Klopt het wel wat ik denk? Ben ik misschien gek aan het worden?

De ondertitel van het boek luidt: Herstel na geestelijk misbruik, hoe pak je dat aan? Nu voelt het begrip ‘geestelijk misbruik’ behoorlijk zwaar aan. En als je het niet zelf hebt meegemaakt of iemand van nabij kent die het heeft meegemaakt, dan kun je je er misschien weinig bij voorstellen. Maar ik denk dat het niet onterecht is om het te vergelijken met seksueel misbruik. Aspecten die daar een rol bij spelen gelden ook voor geestelijk misbruik. Wat het zo ingewikkeld maakt is dat de leiding zichzelf plaatst in een positie van autoriteit, waarbij gesproken wordt in naam van God. Twijfel aan de leiding is dus gelijk aan twijfel aan God. Als iemand toch vragen gaat stellen, dan voelt hij zich schuldig, veroordeeld en twijfelt aan zijn waarde en positie als christen. Het resultaat van deze beïnvloeding is de gedachte dat er iets niet klopt met jezelf. Je onechte en echte ik lopen zo door elkaar, dat je niet meer weet wat je moet denken en jezelf niet meer durft te vertrouwen.

Het mooie van dit boek is, dat het een weg biedt uit de spiraal van bitterheid. Als iemand vetrokken is uit een dergelijke zieke situatie, dan is het niet vreemd dat je niets te maken meer wilt hebben met kerk, geloof en God. Elsemarieke beschrijft op een heldere en toegankelijke manier welke weg je kunt gaan na geestelijk misbruik. Het zal duidelijk zijn, ze spreekt uit ervaring. Ze heeft het zelf meegemaakt. Echter, ze is niet blijven hangen in verbittering en boosheid, maar is de weg van de genade gegaan. Genade is een sleutelwoord in haar boek. Ieder hoofdstuk eindigt ze daarmee en verwondert ze zich over ‘de hulp van God.’

Als psycholoog en christen heeft Elsemarieke haar ervaringen een plaats gegeven. Van daaruit is een cursus ontstaan die ze sinds 2004 geeft aan lotgenoten. De inhoud van het boek is daarom getoetst aan de werkelijkheid en biedt daardoor een stevig houvast voor mensen die geestelijk misbruik hebben meegemaakt. Onderwerpen die aan de orde komen zijn: schadelijk leiderschap, emotionele verwerking, vergeving, grenzen en identiteit.

Het is dus een prachtig boek. Gevoelig geschreven zonder de ernst van situaties uit de weg te gaan. Problemen worden onder ogen gezien en benoemd, maar het feit dat God een God van genade is blijf altijd de boventoon voeren.

Zoals gezegd is dit boek erg geschikt voor mensen die te maken hebben gehad met geestelijk misbruik. Maar ik zie nog een andere belangrijke doelgroep, namelijk kerken die zich positief ontwikkelen en groeien en daardoor mensen aantrekken. We weten uit verhalen uit de praktijk dat soms mensen met negatieve ervaringen met een bepaalde kerk een nieuwe gemeente instromen en dan heel hoge verwachtingen hebben. Het lijkt me essentieel dat dit soort mensen eerst door een soort cursus gaan alvorens ze lid kunnen worden. Dit materiaal kan daarbij heel goed werk doen.

Het boek is te bestellen via de website www.a-dieu.nl. Daar is ook meer informatie te vinden.

Eddy de Pender
Netwerk Vredestichters
www.vredestichters.nl

vrijdag 13 juni 2008

Help! Heibel!

De Volkskrant start vandaag een online cursus over omgaan met conflicten. Ze hebben er een speciale website voor ingericht en willen mensen helpen beter leren hoe ze ruzie kunnen maken. Het wordt aangekondigd als prettig confronterend. Ik heb het bekeken en het ziet er heel aardig uit. Eén van de dingen die genoemd worden is hoe verschillend we reageren op conflicten. De cursusleider/coach noemt dat mensen vaak slechts in twee standaardreacties kunnen denken: de ‘baksteen-methode’ (je gaat keihard op je standpunt staan) of de ‘pakje boter-variant’ (je bewaart de lieve vrede). Ik kom dat in mijn trainingen ook vaak tegen. En vooral in christelijke kring kiezen we gauw voor de 'pakje boter-variant'. We hebben een hekel aan ruzie en houden het liever goed met elkaar. Dan slikken we - uit goede bedoelingen - maar wat er gebeurt om er later achter te komen dat het niet altijd een hulp is geweest om toe te geven en dat dienstbaarheid slechts zelden beloond wordt. Daarom is het goed om te beseffen, dat we van God een verantwoordleijkheid hebben gekregen om een eigen standpunt te hebben. En als je dat hebt kun je kiezen over daar voor wilt gaan, of dat je je wilt aanpassen. Maar standaard altijd toegeven maakt je zwak en het is niet goed voor je zelfvertrouwen. Daarom: probeer in je reacties op conflicten te variëren: soms toegeven, soms doordrukken. Om te bepalen wanneer je wat moet doen, kun je Jakobus 1:5 toepassen: Komt een van u wijsheid tekort? Vraag God erom en hij, die aan iedereen geeft, zonder voorbehoud en zonder verwijt, zal u wijsheid geven.

woensdag 7 mei 2008

Anxiety

Op dit moment lees ik een boek van Edwin Friedman, A Failure of Nerve. Een overzichtsartikel van zijn denken vind je hier. Hij analyseert onze maatschappij en komt tot de conclusie, dat de sfeer steeds meer wordt, dat de 'sterken' zich moeten aanpassen aan de 'zwakken.' De mensen die weinig verantwoordelijkheid (kunnen) nemen, verwachten heel veel van anderen en bepalen op die manier vaak de agenda van wat er gebeurt. Leiderschap komt hierdoor in een verdachte hoek te staan en mensen die iets te bieden hebben, hebben er geen trek meer in om steeds allerelei verdachtmakingen naar hun hoofd te krijgen. Zo constateert Friedman een leiderschapscrisis. De grond daarvan noemt hij 'chronic anxiety'. Een constante staat van angstige gevoelens. Bang voor alles, maar in ieder geval om de controle te verliezen. Vandaar ook de enorme behoefte in onze maatschappij in het zoeken naar veiligheid. Alles moet verzekerd zijn en onverwachte zaken moeten allemaal geregeld zijn. Wat is het dan fantastisch dat je als christen kunt oefenen om te groeien in het veilig weten bij God. 'De HEER is mijn licht, mijn behoud, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn leven veilig, voor wie zou ik bang zijn?' (Psalm 27:1)

Een van de grote hobbels in deze tijd is de manier waarop tegen karaktereigenschappen wordt aangekeken. Een gezonde aandacht voor je eigen grenzen kan worden gezien als zelfzuchtig, vasthoudendheid als star, zelfvertrouwen als arrogantie, enzovoorts. Op deze manier wordt er een grote druk uitgeoefend op mensen die duidelijk hebben waar ze voor staan en waar ze voor gaan om zich aan te passen aan zwalkende mensen die geen eigen mening hebben, maar voornamelijk reageren vanuit emoties, vanuit angst.

Eigenschappen die volgens Friedman in deze tijd nodig zijn om tegen die druk bestand te zijn:
  • In staat zijn 'je eigen weg' te gaan
  • In staat zijn om relationele bindingen te herkennen en je er los van te maken
  • Erkennen dat het dwaas is om andere mensen te willen veranderen
  • De kracht beseffen van de niet-gespannen aanwezigheid
  • De positieve effecten onderkennen van volharding in cirsissituaties
  • Niet in paniek raken als sabotage en weerstand de kop op steken
  • In de gaten hebben welke factoren bij jezelf stress veroorzaken

Als kinderen van God hebben we een duidelijke identiteit in het kind zijn van de Vader. Daarnaast hebben we een houvast in de Bijbel die principes aanreikt waarnaar we kunnen handelen. Laten we leven vanuit Romeinen 12:2 'U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is.'

vrijdag 4 april 2008

De zegen van kritiek

Alleen al de titel van het boek van Jamie Buckingham met de titel De zegen van kritiek intrigeerde me toen mijn vrouw er jaren geleden mee thuis kwam. Of eigenlijk: niet intrigeren, maar irriteren. Hoe kun je zo iets zeggen, dat kritiek een zegen is? Zo reageert toch geen mens? Was het geen drukfout en had het boek dus ‘De regen van kritiek’ moeten heten? Dat sluit toch meer aan bij ervaringen uit de praktijk?!

Langzamerhand heb ik geleerd dat kritiek, vooral in de zin van betrokken feedback, een zegen is. Ik moet er nog steeds een beetje aan wennen, maar ik durf me er meer actief voor te openen. Je weet dan tenminste of dat wat je doet ook het door jou gewenste effect heeft.
En zo ben ik tot de conclusie gekomen dat kritiek helemaal past bij Christus’ idee over dienend leiderschap (Joh.13:17). Een dienend leider wil toch weten of dat wat hij doet – een preek, besluit, een werkwijze – helpt? Logisch dus dat hij/zij regelmatig vraagt aan de betrokkenen: “wat ik doe, dient dat jullie een beetje?”
Zeker in een kerk zou het geweldig zijn als we deze zegen leren ontvangen!

Gerard van der Schee

zaterdag 2 februari 2008

Hoe kijk je naar de kerk?


Sinds 1 januari 2008 ben ik op tijdelijke basis directeur van Willow Creek Nederland. Nu had ik nog niet zo gek veel met Willow te maken gehad, dus ik heb me verdiept in hun visie en missie. Bill Hybels, de grondlegger, stelt dat 'de kerk de hoop voor de wereld is.' Als de kerk het laat afweten, met andere woorden het zout zijn kracht verliest en het licht niet meer schijnt, dan loopt het slecht af met de wereld. Belangrijk bij zo'n uitspraak is: hoe is je visie op kerk-zijn? Denk je aan een gebouw, een groep mensen, een organisatie, een instituut, het Lichaam van Christus? Als je in Google kerk intypt krijg je in ieder geval hel veel verwijzingen naar gebouwen. Floyd McClung was onlangs in Nederland en heeft zijn visie op kerk-zijn uit de doeken gedaan. Hij stelt eenvoudigweg, dat een kerk datgene is 'waar twee of drie verenigd zijn in de naam van Jezus.' Als vredestichters merken we, dat de meeste ruzies in kerken gaan over de theologie of over praktische zaken (gebouwen en geld). Hoe mooi zou het niet zijn als we steeds meer leren om een kerk te zien als een gezin. We horen bij elkaar, hebben af en toe ruzie, maar als het nodig is, dan zijn we er voor elkaar. Laten we instemmen met het gebed van Jezus om eenheid (Johannes 17). Niet gelijkvormigheid, maar elkaar het licht in de ogen gunnen en blij zijn met de ander.

vrijdag 21 december 2007

Oorlog in de kerkbanken (2)


De schrijver doet in hoofdstuk 5 een duidelijke uitspraak. Hij zegt: 'Hoewel de onderwerpen die in onze kerk onenigheid veroorzaakten nogal gevarieerd waren, kwamen de meeste daarvan neer op de basale vraag: moeten we de stijl en de vorm van onze erediensten veranderen om aan de behoefte van een veranderende cultuur te kunnen voldoen, of moeten we die ongewijzigd laten?'
Dit is ook mijn ervaring. Er is over veel te praten in de kerk, maar zodra we het gaan hebben over wat er gebeurt op zondagmorgen 10 uur wordt het plotseling heel ingewikkeld. Er lijkt een soort magie omheen te zitten die moeilijk is te ontwarren. Allerlei voorstellen die in de loop van de jaren de revue zijn gepasserd hebben het niet gehaald. Grote en kleine veranderingen: het lijkt allemaal af te glijden naar hoe het altijd geweest is. Ik hoorde op een gegeven moment een gemeentelid zeggen na een minieme aanpassing in de traditionele liturgie: 'dit overleven we ook wel weer.' Misschien, denk ik wel eens, is het onmogelijk een geleidelijk veranderingsproces te realiseren. Als U in uw gemeente oplossingen gevonden hebt voor dit probleem, dan hoor ik dat graag. Ik kan het goede nieuws dan via deze weblog verspreiden.