woensdag 11 mei 2011


Citaat van Carl Friedman uit haar boek 'Wie heeft de meeste joden' (blz. 249)

'Wat ik in uw werk mis, is het positieve! Waar is de hóóp?' Wij eisen hoop: het is het dictaat van lieden die met hun blijmoedigheid de wereld terroriseren en die, als zij het voor het zeggen hadden, het geringste spoor van wanhoop strafbaar zouden stellen. Ze menen dat het kwaad vanzelf verdwijnt, wanneer men - met de rug ernaar toe en de blik op oneindig - dat hartstochtelijk hóópt. Maar als hopen hielp, zou het allang een winstgevend bedrijf zijn.

Mijn toevoeging: er zijn talloze bedrijven die handelen in hoop en daar een goede boterham mee verdienen. Er zijn genoeg instanties die gouden bergen beloven, waar grof geld voor wordt betaald, maar die later knollen voor citroenen blijken te zijn. Hoop dient ergens op gebaseerd te zijn.
Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest. (Romeinen 15:13)

vrijdag 6 mei 2011

Afschuw


Algemeen wordt erkend dat de mens 4 basisemoties kent: bang, boos, bedroefd en blij. Paul Ekman, een bekende onderzoeker op het gebied van emoties, voegt er nog 2 aan toe: afschuw en verbazing. Ik wil het nu even hebben over afschuw, met vergelijkbare begrippen als walging en gruwel. In de Bijbel komt dat woord regelmatig voor en wordt zelfs gebruikt als een uiting van God: Want de HEER heeft een afschuw van iedereen die oneerlijk zaken doet (Deut. 25:16). En ook: Wie een goddeloze vrijspreekt en wie een rechtvaardige beschuldigt, beiden zijn de HEER een gruwel (Spreeuken 17:15). Conclusie: afschuw bestaat blijkbaar en het heeft positieve kanten. Maar hoe doen we dat dan in het menselijke verkeer? Kunnen we onze neus ophalen voor mensen omdat ze een bepaalde stank verspreiden, of kunnen we mensen uitspugen, omdat ze 'toxic' zijn? Geen gemakkelijke vragen. Een 'oppervlakkige' reactie zou kunnen zijn: je moet de zonde veroordelen, maar de zondaar accepteren. Deze zin hoor je nog wel eens. Zo vaak misschien, dat hij bijna zijn kracht verloren heeft. Ik zou je willen uitdagen om
a. gevoelens van afschuw in jezelf te onderkennen
b. te onderzoeken welke aspecten je met walging vervullen
c. nadenken wat je van de ander wel en niet kunt accepteren
d. een duidelijk standpunt innemen waar je voor staat
e. de relatie naar de ander open houden.
Ook dit is heel globaal en schematisch, maar ik wil trachten deze basisemotie in conflictsituaties niet weg te poetsen, maar serieus te nemen en me proberen te verdiepen in hoe God met 'Zijn emotie' van afschuw omgaat.

PS Nog een leuk testje om gelaatsuitdrukking te herkennen. Klik hier.

woensdag 27 april 2011

De waarheid en niets dan de waarheid


And although they say, 'As the LORD lives,' Surely they swear falsely (Jeremia 5:2). De laatste tijd ben ik regelmatig bepaald bij het feit dat mensen niet altijd de waarheid vertellen. Soms zijn ze zich er bewust van dat ze de waarheid een beetje gunstiger voorstellen dan die in werkelijkheid is en soms geloven ze daadwerkelijk hun eigen verhaal dat niet strookt met de waarheid. Nu staat het begrip waarheid in een postmoderne tijd al behoorlijk ter discussie. Filosofisch gezien geloven veel mensen niet dat er een absolute waarheid bestaat. Maar die relativering lijkt erg door te dringen in de dagelijkse praktijk. Het gevolg is dat een begrip als betrouwbaarheid niet zo veel meer voorstelt. Het gaat er tenslotte toch om dat je erg goed uitkomt. Het gaat niet om integriteit, maar of je wel of niet betrapt wordt. Israel is like a thief who feels shame only when it gets caught (Jeremia 2:26). In conflictsituaties, waarin mensen toch al de neiging hebben om hun eigen straatje schoon te vegen, is het een hele uitdaging om de werkelijkheid van het eigen aandeel onder ogen te zien. Een belangrijke stap is om de drang om het gedrag van de ander te willen verklaren op te geven. Waarom reageert de ander zoals die reageert? Die vraag brengt je verder van een oplossing. De enige weg is te onderzoeken wat je zelf anders had kunnen doen en daar verantwoordelijkheid voor nemen.

woensdag 6 april 2011

Emotional Intelligence, Conflict Competence and the Clergy


Het Alban Instiituut in Amerika biedt een schat aan interessante artikelen voor leidinggevenden in de kerk.

Hieronder enkele citaten uit een artikel met als titel: Emotional Intelligence, Conflict Competence and the Clergy
(Het hele artikel is hier te downloaden.

Virtually every pastor has battle scars to show, and conflict seems almost part and parcel to the practice of ministry.

Pastors, in general, are far more likely to accommodate (to give in to others and sacrifice their own needs) and far less likely to compete (to assert their own position regardless of other’s needs) than their congregants.

... scored lower than other clergy on three dimensions of emotional intelligence: self-actualization (the ability to fulfill one’s potential), happiness (the ability to experience joy on a day-to-day basis), and impulse control ( the ability to manage one’s impulses and not overreact).

the lowest score for seminarians on the BarOn EQi (BarOn Emotional Quotient-Inventory)is problem solving, or the ability to think things through logically and systematically. This is also the lowest score for more experienced clergy. By learning to step back and think things through, pastors can avoid being driven by their emotions, gain perspective on a problem, generate options and solutions, and stay grounded.

Leidinggevenden besteden veel tijd aan nieuwe gemeenteopbouwmodellen, missionaire projecten en dergelijke. Je zou wensen dat er wat meer aandacht zou zijn voor de innerlijke mens.

zondag 3 april 2011

Gelukkig is het Zalig en niet 'gelukkig'


Vandaag gelezen in Peter Kreeft, De deugden in ere hersteld. Een citaat (blz.85) over de Bergrede.

Sommige moderne bijbelvertalingen vertalen het woord makarios als 'gelukkig'. Dit is een fundamentele en rampzalige vergissing. Het zijn in feite drie vergissingen, want 'gelukkig' betekent voor de moderne lezer
  1. iets subjectiefs, een staat van bewustzijn, een gevoel. Als iemand zich gelukkig voelt, dan is hij gelukkig.
  2. iets van tijdelijke aard en
  3. iets dat afhankelijk is van geluk, van het lot, van toeval.
Zegening daarentegen is
  1. een objectieve toestand en geen subjectief gevoel
  2. een permanente toestand
  3. afhankelijk van Gods genaden en van onze keuze
Lijden vormt een cruciale test waarmee geluk van zegening kan worden onderscheiden. Lijden kan onderdeel zijn van zegening, maar niet van geluk.

dinsdag 22 maart 2011

Waarom komt U ons hinderen?


Vandaag ben ik de trotse eigenaar geworden van het boek van Willem Jan Otten. Enkele jaren geleden had ik het ontdekt in de boekenkast van mijn schoonzoon en was gefascineerd geraakt door de inhoud en de manier van schrijven. Later heb ik geprobeerd het te kopen, maar het bleek alleen nog maar tweedehands te verkrijgen te zijn, waarbij het goedkoopste exemplaar nog altijd 75 euro moest opbrengen. Gelukkig heeft Van Oorschot het opnieuw uitgegeven en voor het schamele bedrag van 15 euro mag je je koesteren in een schitterende essaybundel. Willem Jan Otten beschrijft in deze bundel zijn 'helden', zoals bijvoorbeeld Augustinus, Dostojevski, Pascal, Chesterton en Lewis. Schrijvers, filosofen en theologen, die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geestelijke ontwikkeling van Jan Willem Otten, die geleid heeft tot, wat hij noemt, zijn kerstening.

Het meest aansprekend voor mij is het essay over René Girard. Deze Franse denker schrijft over een begrip dat even simpel als ingewikkeld is: mimetische begeerte. Hij stelt, dat ons verlangen, onze 'passie' niet voortkomt uit ons eigen hart, maar uit jaloezie. Onze begeerte is niet oorspronkelijk, maar bemiddeld. Omdat de buurman een nieuwe auto heeft, bedenken wij, dat we ook een nieuwe auto nodig hebben. En het is deze begeerte die tot het hanteren van geweld leidt. De spanning die ontstaat tussen rivaliserende mensen of groepen moet dan opgelost worden om de wederzijdse vernietiging te voorkomen Daarvoor introduceert Girard het zondebokmechanisme; een onschuldige, vaak ene buitenbeentje, krijgt de spanning op zich geladen en moet gestraft worden, Pas dan kan de rust tussen de partijen weerkeren.

Ik ben ervan overtuigd, dan het denken over conflicten, in de samenleving en in de kerk voor een groot deel beter begrepen kan worden als we bij Girard te rade gaan. Het ontmaskert ons eigen individualistische denken en spoort ons aan om anders naar zogenaamde zondebokken te kijken.

dinsdag 15 maart 2011

Taboe

Sinds enige tijd begeleid ik een afstudeerder aan de CHE rondom het thema Leiderschap in de PKN. Met een kerkmodel waarbij de kerkenraad het hoogste orgaan is en een predikant die vaak het informele gezag heeft, is het in de praktijk bijzonder lastig manoevreren in situaties met een zekere emotione lading. Als alles goed loopt en iedereen kan het prima met elkaar vinden, dan is er geen vuiltje aan de lucht. Maar ontstaat er een zekere spanning, en wanneer gebeurt dat nu niet, dan wordt het een stuk ingewikkelder. Er wordt in die situatie heel veel van een predikant gevraagd. Neemt hij te sterk de leidende rol op zich, dan kan hij door een willekeurig kerkenraadslid worden teruggefloten, waardoor snel een patstelling ontstaat. Houdt hij zich een beetje op de vlakte, dan wordt er, vaak door de zwakkeren in de kerkenraad, druk uitgeoefend op de predikant om initiatief te nemen. Hij kan het bijna nooit goed doen.

Op het terrein van teamontwikkeling ben ik een fan van Patrick Lencioni. Hij gaat uit van een aantal stappen die gezet moeten worden om met elkaar tot goede resultaten te komen. De eerste en dus de belangrijkste stap is volgens hem het creëren van onderling vertrouwen. Maar in de constructie van de kerkenraad is het bijna onmogelijk om aan teamvorming te doen. Hoe kun je in zo'n situatie onderling vertrouwen ontwikkelen? Wie moet dat doen? Ik heb een situatie meegemaakt, waarbij de predikant met iedereen goed uit de voeten kon. Hij was de samenbindende factor. Alle onderlinge spanningen werden hierdoor onzichtbaar. Maar zodra hij vertrokken was naar een andere gemeente, ontstonden de problemen. De spanningen kwamen naar boven en behoorlijk wat mensen vertrokken.

Wat in mijn ogen nodig is, dat er een gezond evenwicht komt tussen de kerkenraad (met name het moderamen) en de predikant. En dat is voor velen vloeken in de kerk. Want een predikant is onderdeel van de kerkenraad en kan er dus nooit tegenover staan. Toch is dit volgens mij een belangrijke lijn die onderzocht zou moeten worden. Het kerkenraadsmodel (presbyteriaanse model) staat in tussen het hiërarchische model (de Rooms-Katholieke Kerk met de paus aan het hoofd) en het vrijkerkelijke model (congregationalistische model, zoals de Baptisten, waarbij de gemeentevergadering het hoogste orgaan is). Het lijk een mooi democratisch ideaal, maar in de praktijk hebben we te maken met veel frustraties, overspannen predikanten en getormenteerde kerkenraadsleden. Ik hoop dat er op dit terrein wat gaat gebeuren in de reformatorische kerken, want heel veel energie, die normaal gesproken gericht zou moeten zijn op de plek van de kerk in de maatschappij, gaat nu verloren aan onderling gekissebis. In het verleden ging het misschien nog wel toen de de predikant door velen op een voetstuk werd geplaatst, maar nu met mondige en hoogopgeleide kerkenraadsleden lijkt het systeem door het vasthouden aan zijn eigen idealisme ten onder te gaat. Ik hoop en bid dat er een moedig iemand opstaat om dit taboe aan te pakken.